Logo Stichting Warmtenetwerk

Communiceren met architectuur: bijzondere warmtecentrales

Communiceren met architectuur: bijzondere warmtecentrales

Warmte- en koudelevering zijn vaak in de omgeving nauwelijks zichtbaar omdat bijna alles ondergronds plaatsvindt. Energiebedrijven, gemeenten, woningbouwcorporaties en projectontwikkelaars zoeken naar manieren om onder de aandacht te brengen dat zij gaan voor duurzame energie. Met de vormgeving van de centrale voor de warmtelevering kun je die duurzaamheid zichtbaar maken. Verschillende architecten hebben al laten zien, dat dit tot mooie resultaten leidt.

JET CEELEN

Lees het artikel met afbeeldingen als pdf of vraag het Warmtenetwerk Magazine Lente 2009 aan.

Mijnwater - koeltoren

In Heerlen wordt warmte en koude gewonnen uit mijnwater. De mijnen zijn al lang gesloten, maar door de innovatieve manier van warmte- en koudewinning uit het water uit de mijnen heeft Heerlen haar band met de geschiedenis weer gevonden. De energiebron zit 700 meter diep onder de grond, maar de gemeente en woningstichting Weller wilden in de vormgeving van het gebouw een duidelijke referentie geven aan de mijngeschiedenis van de stad.

Dat is gerealiseerd door het gebouw de vorm te geven van de twee oude koeltorens die vroeger bij de mijnen stonden. Zo geeft het gebouw Gen Coel, dat onder andere de bibliotheek, gemeenschapshuis en stadsdeelwinkel herbergt, de link weer tussen het gebouw en de mijnen. Mensen in de omgeving worden zo steeds geattendeerd op het unieke winnen van warmte en koude uit het mijnwater.

Bouwbedrijven Jongen te Landgraaf zorgde voor de realisatie van het unieke gebouw. Dat was geen eenvoudige opgave. De gebogen glazen gevel met maar liefst 600 m² geïsoleerd glas hangt als het ware aan de betonconstructie van de achterwand.

Natuursteen

Wanneer de situatie minder uniek is dan in Heerlen kan toch de groene aard van een bouwwerk worden benadrukt, bijvoorbeeld door het gebruik van natuurlijke materialen bij de bouw. Een voorbeeld daarvan zie je in de wijk Schuytgraaf in Arnhem. De hulpwarmtecentrale die daar gebouwd is om de wijken warm te houden tijdens piekuren in de winter of als de warmtecentrale op de Kleefse Waard uitvalt, is opgetrokken uit natuursteen.

Het gebouw is ongeveer 21 meter hoog, maar de ketels zijn aan het zicht onttrokken en de schoorstenen zijn weggewerkt. De ketels gebruiken een duurzame brandstof: bio-olie. Een groen talud om het gebouw heen maakt dat het goed in de omgeving past.

Het ontwerp van het gebouw is van Schutter-ETH Architectenbureau, die gespecialiseerd is in warmte- en koudecentrales. Andere ontwerpen van hem zijn het ketelhuis bij de Arena in Amsterdam voor het warmtenet van NUON en de koudecentrale aan de Zuidas.

Boerderij bij buurtschap

De buurtschappen Techum, Jabikswoude en Buma in de nieuwe wijk Zuidlanden in Leeuwarden krijgen warmte van een kleine energiecentrale op biogas. Dit gas wordt op melkveehouderij Nij Bosma Zathe bereid in een mestvergister. Bij de gemeente Leeuwarden wilde men graag voor de energievoorziening een gebouw, dat aansloot bij de architectuur voor de buurtschappen. Die is geïnspireerd op oude Friese dorpen. Essent wilde daar aan meewerken en wilde ook in de vorm van het gebouw de herkomst van de energie laten zien: een boerderij.

Met die vragen ging architectenbureau Bonnema Architecten aan de slag. Jan van der Leij, architect en algemeen directeur van dit bureau: Duurzaamheid uit zich niet alleen in materiaalkeuze. Een gemiddeld industrieterrein heeft een aanzicht van stalen dozen met ribbeltjes. Dat heeft een levensduur van pakweg 20 jaar. Het ontwerp van het ketelhuis is gemaakt naar het beeld van de boerenschuren in de omgeving. Fel oranje keramische dakpannen bedekken het dak. Samen met de bakstenen van de geleding en het metselwerk staan deze materialen voor de aardse invloeden in het gebouw. Architect Van Der Leij is optimistisch over de levensduur van het ketelhuis. Kwaliteit van de materialen is erg belangrijk. De Friese boerenschuren gaan nu ook al zon 200 jaar mee.

Bij het ontwerp van het ketelhuis was een van de eisen dat het een modulair ontwerp zou zijn, zodat het ketelhuis goed aangepast kan worden als er installaties bijkomen, of weg moeten. Hoewel een deel van de installatie geschikt in om buiten te staan, is ervoor gekozen alles binnen het gebouw te houden. Alleen de schoorsteen is buitendaks en is meteen een prominent onderdeel van het ontwerp.

Of het ketelhuis ook voor een leek is het herkennen als een gebouw dat aan alle kanten om duurzaamheid draait, is volgens de heer Van Der Leij nog even de vraag. We hebben overwogen om het dak te bedekken met zonnepanelen. Dan is direct voor iedereen duidelijk dat het om energie-opwekking gaat. Toch complementeerde het niet met de functie van het gebouw: energie uit biogas. Het ketelhuis roept wel reactie op. Men vindt het opvallend en herkenbaar in de omgeving. Met het groen op de achtergrond van de oranje dakpannen is het ook een markant silhouet!

Het ketelhuis voor Zuidlanden in Leeuwarden is gebouwd door Jorritsma Bouw te Bolsward.

Waterkristal

Hoe visualiseer je duurzame koude? Dat was de vraag, die architectenbureau Team 4 te Groningen kreeg van onze deelnemer UR Cool. Dit bedrijf exploiteert een duurzaam koudenet op bedrijventerrein Eeserwold in Steenwijk. De koudecentrale bevat alleen pompen en regelapparatuur, maar geen koelmachines; alle koude komt uit een zandwinput. team 4 Architecten ontwierp voor het pompenhuis een gebouw in de vorm van een waterkristal. Zo zien voorbijgangers aan de buitenkant dat het gebouw iets met koude te maken heeft.

De polyester kap met licht doorschijnende platen is van Holland Composites te Lelystad.

Brochure Warmtenetwerk 2010

Voorkant congresfolder 2010

In de tweede helft van 2010 heeft stichting Warmtenetwerk een aantal interessante congressen, excursies en workshops in het vooruitzicht:

  • 23 september: excursie WarmCO2 in Terneuzen;
  • 28 september: congres 'Warmte uit water' in Apeldoorn;
  • 13 oktober: jaarbijeenkomst Warmtenetwerk tijdens Energie 2010 in 's Hertogenbosch.
  • Meer informatie vind u in de nieuwe brochure (2,5 Mb, pdf)